Oorsprong muziekstijlen
De oorsprong van de Tsjechische blaasmuziek ligt in de eeuwen oude volksdansen en volkswijsjes uit het hart van Europa, zoals de polka, wals, ländler, furiant, czardas, galop, enz. Vooral in het polka spel komt de "Tsjechische ritmiek" tot uitdrukking, een speelstijl die deze muziek zoveel levendiger, enthousiaster en doorzichtiger maakt. In grote lijnen zijn er drie stijlen in de Tsjechische blaasmuziek te onderscheiden:
De Moravische stijl.
Vooral gespeeld in het oostelijk deel van Tsjechië. Wordt gekenmerkt door een hoger speeltempo t.o.v. de andere stijlen en sterk beïnvloed door de Slavische cimbaalmuziek.
Voorbeelden van deze Moravische stijl:
De Boheemse stijl.
Gespeeld in het westelijke en zuidelijke deel van Tsjechië. Met een wat rustiger speeltempo en de typisch Tsjechische muzikale accenten worden over het algemeen wat minder benadrukt.
Voorbeelden van deze Boheemse stijl:
De Egerländer stijl.
Een op de Boheemse stijl gebaseerde verder ontwikkelde "sound"( o.a. dooruitbreiding van de kapelbezetting). Ontstaan door het meenemen van deze muziek door de vele honderdduizenden Duitse bewoners uit Noordwestelijk Bohemen (het stroomgebied van de rivier de Eger (Ohre)) die na de 2e wereldoorlog door de Tsjechische overheid werden gedwongen hun geboortegrond te verlaten.
Voorbeelden van deze Egerländer stijl: